Overnames in de recruitmenttechsector volgen elkaar in rap tempo op. Maar wat drijft die consolidatiegolf? En wat moet je als softwarebedrijf op orde hebben als je ooit kapitaal wil aantrekken of je bedrijf wil verkopen? Kasper Kooij en Ramon Schuitevoerder van M&A-advieskantoor Corporate Finance International (CFI) namen die vragen mee naar de Recruitment Tech Industry Meetup.
Internationaal M&A-advieskantoor
CFI Group is een internationaal M&A-advieskantoor dat ondernemers, aandeelhouders en investeerders begeleidt bij de aan- en verkoop van bedrijven en het aantrekken van kapitaal. Het Benelux-team richt zich specifiek op HR Services en Software & IT Services, sectoren waar Kooij en Schuitevoerder de markt dan ook goed kennen. CFI telt wereldwijd meer dan 300 professionals in 19 landen.
Consolidatiegolf
In de sector is een consolidatiegolf gaande. SmartRecruiters overgenomen door SAP, Paradox overgenomen door Workday. Die golf in recruitmenttechnologie heeft meerdere oorzaken, aldus Kooij. “COVID was een katalysator”, stelt hij. “Daarna groeide het besef dat het aantrekken én behouden van mensen steeds moeilijker wordt: een structurele trend die de vraag naar recruitmenttechnologie aanwakkert.”
Tegelijkertijd zoekt veel kapitaal — pensioenfondsen — zijn weg naar private equity, omdat de rendementen daar hoger liggen. Dat geld vindt zijn weg naar sectoren met groei, en tech is er daar één van.
Het gevolg: partijen als Visma doen tientallen overnames per jaar en halen steeds nieuwe rondes private equity op om de volgende groeistap te financieren. Daarin zit ook een arbitrage-effect: een groter platform wordt doorgaans hoger gewaardeerd dan een kleiner bedrijf, omdat het risicoprofiel anders ligt. Schaalvoordelen verlagen de afhankelijkheid van individuele klanten, managers of technologie.
Wat maakt een bedrijf aantrekkelijk?
Kooij onderscheidt kwalitatieve en kwantitatieve elementen. Aan de cijferkant draait het om twee dingen: groei van de terugkerende omzet én winstgevendheid. “Aan de ene kant willen we groei zien, aan de andere kant een bepaalde winstgevendheid”, stelt hij.
Die twee samen bepalen in grote lijnen de waardering. Als vuistregel: groei en EBITDA-marge bij elkaar opgeteld geeft een indicatie van de multiple op de omzet. Bij veertig procent gecombineerd ligt dat rond de vier à vijf keer de omzet. Hoe hoger het gecombineerde percentage, hoe hoger de multiple.
‘Uiteindelijk ben jij als CEO of management het allerbelangrijkste’
Maar kwantitatieve metrics zijn slechts een deel van het verhaal: Schuitevoerder stelt dat management structureel onderschat wordt. “Investeerders gaan de tijd nemen om ook naar de dingen te kijken die het niet goed doen. En uiteindelijk ben jij als CEO of management het allerbelangrijkste.”
“Uiteindelijk ben jij als CEO of management het allerbelangrijkste.”
In andere woorden: een investeerder stapt niet op de stoel van het management, maar verwacht wel dat het management aanblijft en de groei kan dragen. Andere kwalitatieve factoren: schaalbaarheid van het platform en klantretentie. Vervolgens: internationale potentie.
“Nederland is wel een frontrunner als het gaat om adoptie van technologie”, zegt Schuitevoerder. “Altijd geweest: cloud, adoptie, dat soort zaken. Je ziet gewoon dat als Nederland een propositie werkt, dat er naar landen om ons heen wordt gekeken waar adoptie een stuk lager is, bijvoorbeeld Duitsland of Frankrijk.”
‘Niet te vroeg, niet te laat’
Een veelgehoorde zorg bij ondernemers: het juiste verkoopmoment. Te vroeg en je mist groei. Te lang wachten en je bent over de piek heen. Schuitevoerder raadt aan dat anders te framen: “Je moet altijd nadenken: welke groei kan ik een nieuwe eigenaar of aandeelhouder bieden?”
“Je moet altijd nadenken: welke groei kan ik een nieuwe eigenaar of aandeelhouder bieden?”
Historische groei is waarvoor betaald wordt, toekomstige groei is waarop een investeerder instapt. Wie geen overtuigend groeiverhaal meer heeft, of de energie niet meer heeft om dat verhaal te vertellen, is inderdaad te laat, zien Schuitevoerder en Kooij.
Discreet, niet op Funda
CFI voert vaak al jaren gesprekken met bedrijven voordat er daadwerkelijk iets gebeurt. Het daadwerkelijke traject duurt vervolgens zes tot negen maanden. De vergoeding bestaat uit een retainer in de eerste maanden, afhankelijk van de dealomvang, en een succesvergoeding als percentage van de verkoopopbrengst.
Op de vraag of CFI een soort veiling organiseert tussen meerdere kopers: nee. “Je wil niet dat werknemers of klanten dat zien, dan gaan dingen een eigen leven leiden”, stelt Kooij. CFI werkt daarom selectief, onder de radar, met een vooraf samengestelde shortlist van relevante partijen. Omdat het team gespecialiseerd is in software en HR Tech, kennen ze de markt en kunnen ze die gesprekken voeren zonder dat het management afgeleid wordt door partijen die toch niet serieus in de markt zijn.
‘Laat je niet afleiden’
Kooij sloot af met een tip die breder geldt dan alleen mergers and acquisitions. “Laat je niet afleiden door wat je allemaal om je heen hoort. Je hoort de succesverhalen, maar heel weinig over de mislukkingen. Blijf bij je plan, wees open voor capabele mensen om je heen en laat je niet te veel beïnvloeden door wat er in de krant staat of wat er op de barbecue geroepen wordt. Dat is meestal aan een stukje inflatie onderhevig.”



















