Hoe koppel je een ATS aan een HR-systeem of HRIS?

Een ATS koppel je aan een HR-systeem of HRIS door eerst vast te leggen welke gegevens tussen beide systemen moeten bewegen, welk systeem per gegeven leidend is en op welk moment de overdracht plaatsvindt. In de praktijk gaat het vaak om een eenrichtingskoppeling waarbij gegevens van een aangenomen kandidaat vanuit het ATS naar het HRIS gaan. Complexere organisaties kunnen ook gegevens terugsturen, bijvoorbeeld afdelingen, functies of kostenplaatsen. Een goede koppeling begint daarom bij datamodel, eigenaarschap en procesafspraken, niet bij de techniek.

Bepaal eerst de rol van beide systemen

Het ATS ondersteunt het recruitmentproces: vacatures, sollicitaties, kandidaatstatussen, communicatie en selectie. Het HRIS beheert meestal medewerkers nadat zij in dienst zijn. De grens tussen beide systemen moet duidelijk zijn.

Recruitmenttech.nl beschrijft in Welke functionaliteiten moet een ATS hebben? dat koppelingen met HR-software belangrijk kunnen zijn om handmatige gegevensoverdracht te voorkomen. Dat klinkt eenvoudig, maar technisch werkt een integratie alleen goed wanneer vooraf is afgesproken welk systeem de bron is voor ieder gegeven.

Een kandidaatadres kan bijvoorbeeld uit het ATS komen, terwijl de officiële afdelingsstructuur uit het HRIS komt. Als beide systemen dezelfde velden mogen aanpassen, kunnen verschillen ontstaan.

Maak een datamapping

De volgende stap is een datamapping. Daarbij leg je vast welk veld in het ATS correspondeert met welk veld in het HRIS. Een veld dat in het ene systeem ‘startdatum’ heet, kan in het andere systeem een andere technische naam of indeling hebben.

Veelvoorkomende gegevens zijn:

  • voor- en achternaam;
  • contactgegevens;
  • startdatum;
  • functie en functietitel;
  • afdeling of businessunit;
  • standplaats;
  • leidinggevende;
  • arbeidsduur;
  • interne referentienummers.

Stuur niet automatisch het volledige kandidaatdossier door. Selectieaantekeningen, cv-versies, assessments en interne beoordelingen zijn meestal niet nodig voor de personeelsadministratie. Beperk de koppeling tot gegevens die het HR-proces daadwerkelijk nodig heeft.

Kies het juiste overdrachtsmoment

Een integratie heeft een duidelijke trigger nodig. Vaak is dat de status ‘aangenomen’ of een vergelijkbare eindstatus in het ATS. Toch kan een eerdere of latere overdracht beter passen.

Sommige organisaties maken al vóór contractondertekening een voorlopig medewerkersrecord aan. Andere organisaties willen pas gegevens doorsturen zodra het contract definitief is. Leg daarom niet alleen de technische trigger vast, maar ook de organisatorische betekenis ervan.

Kijk ook naar uitzonderingen. Wat gebeurt er als een kandidaat na acceptatie alsnog afzegt? Wordt het HR-record automatisch verwijderd, op inactief gezet of handmatig gecorrigeerd?

Eenrichtingsverkeer of tweerichtingsverkeer

Een koppeling van ATS naar HRIS is meestal eenvoudiger dan een tweerichtingsintegratie. Bij een eenrichtingskoppeling stuurt het ATS gegevens door en blijft het HRIS daarna leidend.

Tweerichtingsverkeer kan nuttig zijn wanneer het ATS actuele organisatiedata nodig heeft. Denk aan afdelingen, locaties, hiring managers of kostenplaatsen die centraal in het HRIS worden beheerd. Het HRIS kan die gegevens dan terugleveren aan het ATS.

Hoe meer gegevens in beide richtingen bewegen, hoe belangrijker conflictregels worden. Wat gebeurt er als dezelfde waarde in beide systemen afwijkt? Een koppeling zonder afgesproken bronregistratie kan fouten juist sneller verspreiden.

Gebruik een API of integratielaag

Technisch kan de koppeling op verschillende manieren worden gebouwd. Moderne systemen gebruiken vaak HTTP-API’s. De OpenAPI Specification biedt een leveranciersneutrale manier om zo’n API te beschrijven. Daarmee kunnen ontwikkelaars zien welke endpoints, velden en bewerkingen beschikbaar zijn.

Een directe API-koppeling is niet altijd de beste oplossing. Organisaties met veel HR-applicaties kunnen een integratieplatform of middleware gebruiken. Dat voorkomt dat ieder systeem rechtstreeks met ieder ander systeem moet worden verbonden.

Bij iedere technische vorm moeten minimaal authenticatie, foutafhandeling, logging, versiebeheer en monitoring worden geregeld. Een integratie is namelijk geen eenmalig project. Beide systemen veranderen na verloop van tijd.

Gebruik waar mogelijk gestandaardiseerde datamodellen

HR Open Standards ontwikkelt open HR-JSON- en HR-XML-standaarden met gedeelde definities voor HR-data. Zulke standaarden kunnen helpen bij het structureren van gegevensuitwisseling tussen verschillende HR-toepassingen.

Een standaard lost niet automatisch alle integratieproblemen op. Organisaties hebben vaak eigen velden, coderingen en processen. Wel kan een gedeelde vocabulaire voorkomen dat ieder project opnieuw moet bepalen wat begrippen zoals kandidaat, functie of organisatie-eenheid technisch betekenen.

Let op datakwaliteit vóór de koppeling

Een integratie maakt gegevens sneller beschikbaar, maar verbetert slechte brondata niet vanzelf. Als functietitels, afdelingsnamen of locaties in het ATS inconsistent zijn, komen die fouten ook in het HRIS terecht.

Controleer daarom vóór de livegang:

  • welke velden verplicht zijn;
  • welke waarden uit vaste keuzelijsten komen;
  • hoe dubbele kandidaatprofielen worden behandeld;
  • welke formaten voor datum, telefoonnummer en adres worden gebruikt;
  • hoe ontbrekende gegevens worden afgehandeld.

Deze voorbereiding sluit aan bij de aandacht voor datakwaliteit bij migraties. In Hoe migreer je naar een nieuw ATS? staat dat opschoning en mapping nodig zijn voordat gegevens betrouwbaar naar een nieuwe omgeving kunnen worden overgezet.

Test met echte scenario’s

Een technische verbinding die een testrecord kan versturen, is nog geen bewezen proces. Test daarom complete scenario’s. Neem bijvoorbeeld een kandidaat aan, wijzig daarna de startdatum en controleer wat in het HRIS gebeurt.

Test ook uitzonderingen:

  • een ontbrekend verplicht veld;
  • een dubbele medewerker;
  • een ongeldige afdelingscode;
  • een storing van het HRIS;
  • een kandidaat die alsnog niet start.

Leg vast waar foutmeldingen terechtkomen en wie verantwoordelijk is voor herstel. Zonder monitoring kan een koppeling dagenlang falen zonder dat recruiters of HR dit direct merken.

Maak beheer onderdeel van het ontwerp

Een ATS-HRIS-koppeling heeft minimaal één functioneel en één technisch verantwoordelijke nodig. Zij moeten weten welke gegevens worden uitgewisseld, waar logs beschikbaar zijn en hoe wijzigingen worden getest.

Plan ook periodiek een controle van de datamapping. Nieuwe velden, reorganisaties of wijzigingen in het recruitmentproces kunnen ervoor zorgen dat de oorspronkelijke inrichting niet meer past.

Wanneer een nieuw ATS wordt ingevoerd, is deze koppeling vaak een apart werkpakket binnen de implementatie. Het ATS implementatie stappenplan laat zien dat integraties, datamigratie, testen en gebruikersacceptatie samen moeten worden gepland.

Checklist voor een ATS-HRIS-koppeling

  • Bepaal welk systeem per gegeven leidend is.
  • Maak een volledige datamapping.
  • Kies het moment waarop kandidaatdata naar HR gaat.
  • Beslis of één- of tweerichtingsverkeer nodig is.
  • Stuur alleen noodzakelijke gegevens door.
  • Leg authenticatie, logging en foutafhandeling vast.
  • Test normale processen én uitzonderingen.
  • Wijs functioneel en technisch beheer toe.
  • Controleer de koppeling opnieuw na proces- of systeemwijzigingen.

Bronnen

Gerelateerde Artikelen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Recruitment Tech Magazine 26/27

MEEST GELEZEN AFGELOPEN 30 DAGEN